Definities

  • Published: October 15, 2018
  • Last modified: January 9, 2019

Definities

Bij het doornemen van literatuur komt men vaak terugkerende termen als “human factors”, “required skills”, … tegen die elk volgens de auteur in kwestie een eigen interpretatie krijgen. Dit werkt erg verwarrend: zo wordt er met “knowledge deficiency” helemaal niet enkel kennistekort bedoeld. In een poging om dit te verduidelijken in het kader van het onderzoek volgen hieronder enkele definities van belangrijke termen.

Definities van noncognitive skills die vallen onder goal-directed effort (grit, self-control, growth mindset), social relationships (gratitude, EQ, social belonging) en decision making (curiosity, open-mindedness) zijn al lang vaag en onduidelijk te definiëren. A. Duckworth1 schrijft in “Measurement Matters” hier meer over.

Skill, knowledge, ability

Skills
graph TD; A[Skills]

Definitie volgens Oxford Dictionary:

the ability to do something well; expertise.

Nederlandse synoniemen: Kunde, Handigheid, behendigheid, bedrevenheid, ervarenheid.

Engelstalige synoniemen: Attributes.

Deze worden duiden op (praktische) ervaring (in een kunst of wetenschap), geleerd. Vaardigheid in iets - het “wat”. Het “hoe” hoort bij competenties. Maar het is niet omdat ik iets goed kan (kunde), dat ik ook weet wat ik aan het doen ben (kennis). Ik kan aangeleerd worden om acties uit te voeren, en daar bedreven in worden, maar nog steeds niet weten wat ik exact aan het doen ben.

Verschillende personen tonen verschillende vormen van bedrevenheid. Het Dreyfus model of skill acquisition2 laat zien hoe en op welke niveau’s deze kunde kan getraind worden door oefening en instructie. Een skill kan zich in één van de volgende leerstadia bevinden:

graph LR; A[1. Novice] B[2. Competent] C[3. Proficiency] D[4. Expert] E[5. Mastery] A --> B B --> C C --> D D --> E

Het Engelstalig woord “skill” wordt vaak heel los gebruikt om eigenlijk een collectie van skills, abilities of competencies te identificeren:

lifelong learning (LLL) “skills”:
De groeiende vraag vanuit de engineering industrie én academia zet lifelong learning op de kaart van verwachtingen naar afstuderende studenten. Het wordt beschreven als “a recognition of the need for, and an ability to engage in lifelong learning3 wat door de brede cognitieve vereisten eerder bij vermogen dan bij kunde valt. Gezien de 9 vereiste skills van Mouros et al.3 om succesvol om te kunnen gaan met levenslang leren, is dit eerder een competentie dan een skill. Ook Martinez-Mediano et al.4 beschrijven lifelong learning als een set van generische competenties, in plaats van specifieke skills. Toch wordt in diezelfde tekst “lifelong learning skills” als synoniem gebruikt voor “lifelong learning competences”, waardoor het verschil tussen kunde en competentie vervaagt.

Lifelong learning wordt door Dunlap et al.5 gedefiniëerd als volgt:

Intentional learning that people engage in throughout their lives for personal and professional fulfillment and to improve the quality of their lives.

Het is duidelijk dat hier ook vermogen en kennis bij komen kijken, niet enkel kunde. Ik kan ervaren zijn in het bijleren van dingen dat mij kennis oplevert. Mijn vermogen om dit doorheen mijn leven te doen draagt bij tot hoe goed ik het doe en hoe lang ik het volhoud.

SWEBOS (Software Engineering Body of Skills)6:
Het tegengewicht van de vroegere SWEBOK (Software Engineering Body of Knowledge) die vanwege het gebrek aan niet-technische skills ontworpen is. SWEBOS is opgedeeld in 3 hiërarchische structuren waarin competenties de basis leggen voor verdere skills. Het woord “skill” wordt ook hier in bredere zin gebruikt omdat “skill” ook in “soft skills” voorkomt.

Het ESCO (European Skills/Competences, qualifications and Occupations) geeft ook aan dat een competentie breder is: dit slaat op het vermogen van een persoon om een kunde en kennis toe te passen op een onafhankelijke manier. Ze hanteren zelf soms het woord “skill” als de brede term: de skill pilaar bevat bijvoorbeeld kennis, kunde en comspetenties.

Knowledge
graph TD; A[Knowledge] B[Formal knowledge] C[Tacit knowledge] B --> A C --> A

Definitie volgens Oxford Dictionary:

Facts, information, and skills acquired through experience or education; the theoretical or practical understanding of a subject.

Nederlandse synoniemen: kennis, (mede)weten, bekendheid.

Kennis is het theoretisch of praktisch begrijpen van een onderwerp. Kennis wordt opgedaan door ervaring of opleiding. Begrijpen, bevatten, verstaan. Kennis is makkelijk overdraagbaar. Maar het is niet omdat ik iets goed ken (kennis), dat ik ook datgene goed kan beoefenen (kunde). Ik kan aangeleerd worden om dingen te verklaren en begrijpen, maar niets praktisch met enige bedrevenheid toepassen.

Kennis en kunde zijn beiden nodig om bewkaam te zijn in iets: zie competenties hieronder.

Er is weinig tegenspraak te vinden over Engelstalige woord “knowledge”. Knowledge wordt in de literatuur bijna altijd gebruikt om technische kennis aan te duiden:

SWEBOK (Body of Knowledge)7:
Deze guidelines bestonden eerder dan SWEBOS. Deze guidelines beschrijven algemeen aanvaarde kennis over software engineering omschreven in 15 aparte gebieden (KAs). Hier ligt de nadruk duidelijk op (technische) kennis.

Knowledge Management:
Het proces van creëren, delen, gebruiken en beheren van kennis én informatie binnen een organisatie. Het woord “knowledge” wordt hier niet zo strict gebruikt: het beheren an informatie over een manier van werking valt hier ook onder. Informatie is feiten van iets of iemand volgens het Oxford woordenboek.

graph LR; A[Data] B[Information] C[Knowledge] D[Wisdom] A --> B B --> C C --> D

De vraag is dan: wat is het verschil tussen informatie en kennis? Informatie zijn feiten die zo voor het grijpen liggen. Kennis daarintegen is het verkrijgen van informatie door theoretisch en praktisch begrip van het studieobject. Ruwe data kan omgezet worden in gestructureerde informatie, die omgezet kan worden in kennis (“the ability to use information strategically to achieve one’s objectives”), die omgezet kan worden in wijsheid (“the capacity to choose objectives consistent with one’s values within a larger social context”). Dit kan afgeleid worden uit bovenstaande model, de DIKW (data-information-knowledge-wisdom) pyramide8 van Robert Logan.

Tacit knowledge (“stilzwijgende” kennis):
Kennis kan opgedaan worden op twee manieren: formeel (of expliciet) door middel van studie en informeel door middel van impliciete ervaring. Senker9 definieert tacit knowledge als volgt:

The knowledge of techniques, methods and designs that work in certain ways and with certain consequences, even when one cannot explain exactly why.

Dit sluit beter bij kunde dan bij kennis aan: voorbeelden die aangehaald worden door Engel10 zijn piano spelen, fietsen en op een nagel kloppen met een hamer. Die “kennis” is moeilijk in woorden te vatten. De lijn is zeer dun hier: piano kunnen spelen vereist kunde en vermogen. Goed piano kunnen spelen vereist ook kennis: men is bekwaam in het spelen. Dit kan dus evenzeer als een competentie worden ingedeeld.

In context van Software Engineering wordt er in de literatuur met knowledge altijd explicit knowledge of formal knowledge bedoeld.

Knowledge deficiency:
heeft niets met enkel kennis te maken, maar slaat op een gebrek aan één van de drie gebieden:11

Any skill, ability or knowledge of concept which a recently graduated student lacks based on the expectations of industry or academia.

Dit zijn dus delen van competenties of gehele competenties die ontbreken.

Abilities
graph TD; A[Abilities] B[Innate Talent] C[Specific Abilities] C --> A B --> A

Definitie volgens Oxford Dictionary:

Possession of the means or skill to do something.

Nederlandse synoniemen: Vermogen, bekwaamheid (proficiency?), bevoegdheid, kundigheid, eigenschap.

Een metafysisch begrip dat stelt hoe goed (succesvol) je kennis en kunde kan opnemen. Vermogens worden vaak opgesplitst in aangeboren (innate) en aangeleerde (specific) vermogens12: aangeboren vermogen is talent. Talent wordt omschreven als aangeboren potentieel. Aangeboren talent is eigenlijk een mythe die verklaard kan worden door andere invloeden12.

Competencies

Definitie volgens Oxford Dictionary:

the ability to do something successfully or efficiently.

Nederlandse synoniemen: Competentie. Bevoegdheid, bekwaamheid.

Een (deel-)competentie is een onderverdeling of inventarisering van bekwaamheden, abilities. Competenties worden verworven als men voldoende bekwaam is om bepaalde taken uit te voeren. Bewkaam zijn in iets impliceert kennis hebben over dat onderwerp en de kunde om er mee om te kunnen gaan. Om voldoende bekwaamheid te verwerven in iets heb je vermogen nodig. We leiden hieruit af dat competenties ingedeeld kunnen worden in verschillende niveau’s.

Er zijn verschillende modellen beschikbaar die competenties indelen, waarvan de “Four Stages for Learning Any New Skill” pyramide door Burch13 de bekendste is:

graph TD; A[Onbewust bekwaam] B[Bewust bekwaam] C[Bewust onbewkaam] D[Onbewust onbekwaam] D --> C C --> B B --> A

Alhoewel het woord “skill” weer intensief gebruikt wordt om stadia van leren aan te duiden, spreken we toch van bekwaamheid. Op het laagste niveau zijn we niet competent genoeg om analyse toe te passen. Het tweede niveau levert ons de vekreerde analyse op. Het derde niveau, bewust bekwaam, is de juiste analyse. Als laatste overstijgen we de analyse en intuïtief juist te handelen.

Competenties worden gebruikt om vacatures beter op sollicitanten te kunnen matchen in plaats van puur naar opleiding en diploma’s te kijken. “Welke bekwaamheden zouden medewerkers moeten verwerven om een zinvolle bijdrage te kunnen leveren aan het werk?14 Kennis kan ook opgenomen worden als een bekwaamheid. Echter, “inzicht hebben in”, “begrip hebben van” hebben geen betrekking op bekwaamheden. Kennis is overdraagbaar, een bewkaamheid niet. Dat betekent dat kennis opvatten als bekwaamheid gevolgen heeft voor vormgeving van opleidingen.

Een competentie wordt typisch gebruikt in bredere context met lossere voorwaarden dan een facet als skills:

graph TD; A[Competencies] B[Skills] C[Knowledge] E[Abilities] B -->|deel van| A C -->|deel van| A E -->|deel van| A

Meerdere facetten kunnen deel zijn van één competentie.

Volgens Sedelmaier et al. is her woord competence een van de populairste sinds het begin van de 21ste eeuw, maar tegelijkertijd ook een van de meest verwarrende begrippen. Het wordt gedefiniëerd als “a comprehensive capability to act appropriately in complex situations”. Een competentie is een interactie tussen wat zij noemen factural knowledge (technische kennis) en soft skills. Het woord “skill” wordt door hun ook gebruikt om te duiden op bewkaamheid, maar in context van SWEBOS zijn die bekwaamheden een combinatie van kennis en skills - en dus competenties.

Generic competencies

Dit zijn een subset van competenties die overdraagbaar zijn over verschillende jobs en sectoren heen, zoals klaar en duidelijk communiceren of goed kunnen rapporteren. Toch wordt dit ook als “generic soft skills” omschreven door Sedelmaier et al.

Personality traits

Definitie volgens Oxford Dictionary:

A particular feature or characteristic of an individual’s personality.

Nederlandse synoniemen: karaktereigenschap, persoonlijkheid(-eigenschap), (kern)kwaliteiten.

Engelstalige synoniemen: Character traits

Karaktereigenschappen die gedrag van een persoon bepalen, zoals bijvoorbeeld empatisch vermogen, openheid, gevoel voor humor en positieve ingesteldheid. Deze eigenschappen kunnen herschreven worden in de vorm van competenties. Bijvoorbeeld: positieve ingesteldheid; het vermogen om positief te blijven bij stressvolle situaties. Karaktereigenschappen bepalen mee hoe competent je ergens in bent15. (beïnvloeding) Deze eigenschappen worden daarom als competentie vaak mee opgenomen als een deel van soft skills. Niet alle karaktereigenschappen zijn gelinkt aan interactie met mensen.

Alle persoonlijke eigenschappen, die mee bepalen waar ik goed in ben, kunnen dus herschreven worden als een competentie (waar ik bekwaam in ben) - en omgekeerd. Bijvoorbeeld: Anderen waarderen de kwaliteit “inspirerend” in mij. Dus, ik ben bewkaam om anderen te motiveren en kan mijn eigen inzichten duidelijk communiceren. Omgekeerd werkt ook: ik ben bekwaam om anderen te motiveren. Dus, ik wordt door anderen als inspirerend ervaren. Een competentie kan slaan op verschillende karaktereigenschappen: bewkaam zijn om te motiveren kan ook een indicatie van geduldigheid, behulpzaamheid, daadkrachtigheid of extraversie betekenen. Omgekeerd werkt ook: behulpzaam zijn kan zich uiten in bekwaam zijn om mensen te begeleiden, maar ook in bekwaam zijn om te onderhandelen of je verantwoordelijk op te stellen. Het is dus een veel-op-veel relatie:

graph LR; A[Competencies] B[Personality traits] A -->|1 - *| B B -->|1 - *| A

Het woord Kwaliteit of eigenschap kan slaan op een competentie van jezelf of anderen die je waardeert, of op een karaktereigenschap (personality trait, zie onder). Dit hangt van de context af: bijvoorbeeld het Online Kernkwaliteitenspel van Atlas of de kernkwaliteiten lijst van De Steven. Ze maken het onderscheid tussen vaardigheid en kwaliteit waarbij kwaliteit staat voor een vaste set (talent) en vaardigheid een aanleerbare eigenschap. Dit is in tegenspraak met 12.

Cognitive skills

Synoniemen: hard skills.

Definitie (cognition) volgens Oxford Dictionary:

The mental action or process of acquiring knowledge and understanding through thought, experience, and the senses.

Cognitive skills zijn vaardigheden die gebruikt worden om informatie actief om te zetten in kennis door middel van denken, lezen, leren, onthouden, redeneren, patronen herkennen en aandachtig zijn. Anders gezegd: het vermogen om informatie te verwerken tot kennis.

IQ testen worden typisch gebruikt om je cognitief vermogen te kunnen inschatten. EQ testen zijn gerelateerd aan noncognitive skills. Beiden dekken niet alles van deze cluster van skills!

Bloom’s Taxonomy model

Bloom et al.16 heeft een classificatie model opgesteld voor niveau’s van cognitieve bedrevenheid (skill dus). Dit zijn echter zeer brede termen waar typisch competenties aan gelinkt worden per niveau:

graph LR; A[Creating] B[Evaluating] C[Analyzing] D[Applying] E[Understanding] F[Remembering] A --> B B --> C C --> D D --> E E --> F

Waarbij bijvoorbeeld “remembering” staat voor competentie “het kunnen herinneren van relevante kennis vanuit het lange termijn geheugen.”. Dit is geen kennis op zich maar een combinatie van vermogen en kunde om de kennis terug te halen en dus een competentie. De taxonomie van Bloom heeft als primair doel het classificeren van educatieve leerdoelen in niveaus van complexiteit, en is daardoor zo breed interpreteerbaar. Bovenstaande graaf is maar één deel, namelijk het cognitieve domein (kennis). Er zijn ook nog twee andere, emotie- en actiegebaseerde, domeinen.

Soft skills

Synoniemen: noncognitive skills, intangible skills, non-technical skills.

Een hard skill is een specifiek, aanleerbaar vermogen dat gedefiniëerd en meetbaar is, zoals schrijven, lezen en typen. Een soft skill is minder tastbaar en kwantificeerbaar. Een soft skill is niet-cognitief, gerelateerd aan motivatie, integriteit en relaties. Belangrijke soft skills zijn onder andere:

  1. Empatie
  2. Creativiteit
  3. Communicatie
  4. Openheid
  5. Nieuwschierigheid
  6. Samenwerking
  7. Aanpasbaarheid
  8. Reflectie
  9. Omgaan met stress
  10. Leiderschap
  11. Besluitvorming

Soft skills is een verzamelnaam voor veel subsets van skills, waaronder volgens Wikipedia (102018):

graph TD; A[Soft skills] subgraph Overlappend B["People skills"] C["Personality traits (as competences)"] D["Social/Emotional intelligence"] end B --> A C --> A D --> A

De persoonlijkheden worden hier geïnterpreteerd als afgeleide competenties. Zoals eerder aangegeven zijn niet alle personality traits ook people skills maar zijn er wel overlappende eigenschappen waar te nemen. Het is dus niet altijd mogelijk om een eigenschap slechts in één hokje te steken.

Het gaat altijd over competenties in plaats van skills!

Oxford Dictionary geeft de volgende definitie aan soft skill:

Personal attributes that enable someone to interact effectively and harmoniously with other people.

En volgende aan people skill:

The ability to interact with or relate well to others, especially in a work environment.

Dit betekent dat people en soft skills synoniemen zijn van elkaar. Echter worden soft skills in de Engineering literatuur breder begrepen, waar ook competenties zoals “motivating themselves”, “developing creative potential” onder vallen6. Sedelmaier et al. onderscheidt drie categorische blokken voor competenties van software ingenieurs: context-sensitive soft skills, generic soft skills en factual knowledge. Een opsplitsing van soft skills lijkt dus toch op zijn plaats te zijn.

Intangible Skills

Een synoniem voor soft skills is intangible skills. Intangible staat voor minder tasbaar. Sommige auteurs gebruikern zelfs “intangible” als extra voorzetsel: “intangible soft skills”. Anderen interpreteren intangible skills als de brede verzamelnaam (hierboven “soft skill”), en gebruiken het woord “soft skill” zoals de definitie van Oxford.

Transversal skills

Het woord “transversal” slaat op de overdraagbaarheid van de competentie die weider rijkt dan het huidig beroep van een persoon. Die kan verworven zijn door een vorig beroep of door het uitoefenen van andere activiteiten. In de literatuur wordt transversal skill breder geïnterpreteerd: het wordt gebruikt als synoniem voor soft skill. Dit wordt bevestigd door ESCO17.

Het is te moelijk om in de verschillende clusters met nog een andere dimensie rekening te houden, namelijk de overdraagbaarheid van een competentie. Alle soft skills zijn immers per definitie overdraagbaar: goede communicatieve vaardigheden zijn zelfs voor typische solitaire beroepen nog van enig belang. Alle soft skills zijn dus inderdaad traversal skills maar niet alle traversal skills zijn soft skills: kunnen typen is inderdaad overdraagbaar maar geen soft skill.

Internationale projecten als VISKA18 pogen om een gedeelde set en criteria voor deze “transveral skills” vast te leggen onder de deelnemende landen en partners, om zo een uniforme set tot stand te laten komen die gebruikt kan worden voor onder andere assessment. In de praktijk gaat nooit elk bedrijf in elk land hier kennis van nemen. De vraag is of het komen tot een gedeelde definitie een effectieve meerwaarde kan betekenen.

Non-technical skills

Niet-technische vereisten zijn vereisten die niet deel uit maken van het technische. Het woord “vereiste” slaat op een verwachtingspatroon van de werkgever naar de werknemer. Een vereiste in context van een vacature is meestal een verwachte competentie waar de sollicitant aan moet voldaan om in aanmerking te kunnen komen.

Deze vereiste kan de vorm van kennis, kunde, vermogen of competentie aannemen. In de engineering context gaat het nooit over kennis omdat dit sterk samenhangt met techniek, maar over bijvoorbeeld het vermogen om anderen te begeleiden of duidelijk te kunnen rapporteren.

De negatieve definitie zorgt voor een zeer breed draagvlak waar alle andere definities ook in vallen. Sedelmaier et al.6 interpreteert non-technical skills als een synoniem voor soft skills waar ik mij bij aansluit. Het UZ Leuven definiëert niet-technische vaardigheden als “Cognitieve, sociale en persoonlijke vaardigheden die de technische vaardigheden vervolledigen en bijdragen tot een (veilige en) efficiënte taakuitvoering.”. Dat wil zeggen dat cognitie toch nog aanzien kan worden als een onderdeel van soft skills om bewuste kennis te verwerven. Wij gaan dit stricter scheiden - zie de volgende definities.

Human factors/aspects - people skills

Een definitie van human factors volgens de Internationale Ergonomie Associatie (2010):

The scientific discipline concerned with the understanding of interactions among humans and other elements of a system, and the profession that applies theory, principles, data, and other methods to design in order to optimize human well-being and overall system performance

Nederlandse synoniemen: humane aspecten, menselijke factoren.

Deze menselijke factoren duiden dus voornamelijk op gedrag en vermogen van mensen en hoe zij met taken interageren. Het doel van human factors is een optimalisatie van mens-machine interactie. In context van ergonomie gaat het voornamelijk over gezondsheids- en veiligheidsfactoren. In context van software engineering gaat het over methodologieën en tool gebruik optimaliseren die door mensen gebruikt worden met behulp van computers. Het doel dan is performantiewinst en kwaliteitswinst van de ontwikkelde software te boeken.

Human factors of aspects wordt echter ook geïnterpreteerd als (een gebrek aan) soft skills19 doordat niet alleen met tools maar ook met medemensen gewerkt wordt in software ontwikkelteams. Software engineering is essentially a human activity […] Team members should also recognize that software development is a sociotechnical practice. Daarom kunnen we human factors als een subset van soft skills definiëren, die invloed hebben op gedrag van mensen bij interactie met anderen.

Van bovenstaande belangrijke soft skills zijn de volgende bijvoorbeeld human factors:

  1. Empatie
  2. Communicatie
  3. Openheid
  4. Samenwerking
  5. Leiderschap
Interpersonal skills

Definitie volgens Oxford Dictionary:

The ability to communicate or interact well with other people.

Interpersonal skills is dus een synoniem voor people skills vanwege de nadruk op interactie met anderen. Dit wordt bevestigd door HR experts in de praktijk.20

Intrapersonal skills

Definitie (van intrapersonal) volgens Oxford Dictionary:

Taking place or existing within the mind.

Dus: the ability to communicate with oneself within the mind. Het vermogen om eigen emoties aan te voelen en te sturen. Interpersoonlijke en intrapersoonlijke skills zijn dezelfde bewkaamheden die respectievelijk naar buiten en naar binnen gericht worden. Deze eigenschappen worden deels gestuurd door karaktereigenschappen.

Social/communication skills

Er is een verschil tussen people/interpersonal skills en social/communication skills: iemand kan heel geliefd zijn (people skills), maar heel onduidelijk zijn in communicatie naar een publiek (social skills). Sociale psychologie is een belangrijke academische discipline waar veel onderzoek gedaan wordt naar invloeden en categorisatie van sociale skills. (ref nodig) Dit hint naar een fijnere opsplitsing van soft skills:

graph TD; A[Soft skills] B[People skills] C[Social skills] D["Personality traits (as skills)"] X>Collaboration skills] Y>Presentation skills] Z>Creativity skills] B --> A C --> A D --> A X --> B Y --> C Z --> D

Bovenstaande definitie van UZ Leuven gaat hier mee akkoord.

Social & Emotional intelligence

Dit zijn twee belangrijke factoren die het vermogen om bedrevenheid in people skills en social skills beïnvloeden.

Definitie Oxford Dictionary (Emotional Intelligence):

The capacity to be aware of, control, and express one’s emotions, and to handle interpersonal relationships judiciously and empathetically.

De duidelijke link naar interpersoonlijkheid, en dus people skills, wordt hier ook gemaakt. Boyatzis et al.21 geeft aan dat bepaalde clusters van competenties “emotionele intelligentie” (EI) genoemd kunnen worden. Zij definiëren EI als focus van aandacht op menselijk talent. Emotionele intelligentie is het tonen van capaciteiten tot emotionele competenties.

Conclusie

De definities van Skill, knowledge, ability en competentie zijn eenduidig te bepalen. Als we echter het concreet gebruik van de woorden analyseren, merken we op dat er zeer vaak afgeweken wordt van het keurslijf van een definitie. Eender welk woord met “skill” in duidt eigenlijk op een competentie, waarvan het meervoud een set van competenties met bepaalde eigenschappen is.

De lijn tussen social skills, people skills, interpersonal skills, soft skills en zelfs life skills is zeer dun en enorm volatiel.20 Experts in het werkveld stellen interpersonal skills gelijk aan people skills, maar vinden het over het algemeen moelijk om competenties als zelfreflectie en creativiteit te categoriseren. Het doel van de definities is om een duidelijk beeld te kunnen schetsen waar we over spreken.

Competenties worden in de praktijk vaak ingedeeld in clusters om beoordelingen en interviews te begeleiden. Elk bedrijf en onderzoeksgroep geeft hier zijn eigen interpretatie aan. Als we kijken naar lijsten van competenties zoals die van “Studies en ontwikkeling van informatica” van de VDAB, kunnen we die competenties ook herstructureren en indelen in functie van een aantal clusters.

Welke competentie nu bij welke cluster hoort, en wat die cluster precies voorstelt, verschilt van auteur tot auteur. Het is eenvoudig om tegenstrijdigheden terug te vinden. Enkele voorbeelden:

  1. Als soft skills transferable skills zijn (overdraagbaar), dan is een “hard” skill als kunnen typen ook een soft skill. Typvaardigheid is immers overdraagbaar, over sectoren en jobs heen. Inderdaad, niet alle overdraagbare skills hoeven soft skills te zijn, zoals typen. Maar met enkel de definitie van overdraagbaarheid komen we er dus niet.
  2. Als soft skills people skills zijn (slaande op interactie tussen mensen), dan is creativiteit geen soft skill. Creatief zijn is echter niet eenduidig definieerbaar dus ook geen hard skill. Welke categorie missen we dan nog?

De enige definitie die wij aan een “soft skill” kunnen geven is de volgende:

Soft skills zijn een cluster van breed toepasbare competenties die niet technisch geörienteerd zijn, die men in staat stelt om samen met hard skills succesvol een doel te bereiken.

Het zijn dus ook “work skills“: men gebruikt skills om succesvol te werken - dus een doel te bereiken. Ze werken in harmonie met technische skills en kennis. Deze cluster kan verder verfijnd worden in deelgroepen: persoonlijke vaardigheden, sociale vaardigheden, karaktereigenschappen, …

Om verdere verwarring te vermijden hanteren wij de verwooding non-technical skills (? of “non-cognitive”?).


  1. https://www.dropbox.com/s/ht3pqgfnsjmqqrb/Measurement%20Matters.pdf?dl=0 [return]
  2. Dreyfus, Stuart E.; Dreyfus, Hubert L. (February 1980). “A Five-Stage Model of the Mental Activities Involved in Directed Skill Acquisition”. Washington, DC: Storming Media. Retrieved June 13, 2010. [return]
  3. N.J. Mouros. Defining, teaching and assessing lifelong learning skills. 2003 [return]
  4. Martínez-Mediano, Catalina, and Susan M. Lord. “Lifelong learning competencies program for engineers.” International Journal of Engineering Education 28.1 (2012): 130. [return]
  5. J. C. Dunlap and S. Grabinger, Preparing students for lifelong learning: A review of instructional features and teaching methodologies, Performance Improvement Quarterly, 16(2), 2003, pp. 6–25. [return]
  6. Y. Sedelmaier, D. Landes. Software Engineering Body of Skills (SWEBOS). 2014 [return]
  7. https://www.computer.org/web/swebok/v3 [return]
  8. Rowley, Jennifer. “The wisdom hierarchy: representations of the DIKW hierarchy.” Journal of information science 33.2 (2007): 163-180. [return]
  9. Senker, Jacqueline. “Tacit knowledge and models of innovation.” Industrial and corporate change 4.2 (1995): 425-447. [return]
  10. Engel, P. J. H. (2008). “Tacit knowledge and Visual Expertise in Medical Diagnostic Reasoning: Implications for medical education”. Medical Teacher. 30 (7): e184–e188. [return]
  11. A. Radermacher and G. Walia. Gaps between industry expectations and the abilities of graduates. 2013 [return]
  12. M. J. A. Howe, J. W. Davidson, J. A. Sloboda. Innate talents: reality or myth? 1998. [return]
  13. N. Burch: Four Stages for Learning Any New Skill. 1970 [return]
  14. J. Kessels. Het verwerven van competenties: kennis als bekwaamheid. 1999 [return]
  15. A. Faheem (2013). Soft Skills and Software Development: A Reflection from Software Industry. International Journal of Information Processing and Management, 4(3), 171–191. https://doi.org/10.4156/ijipm.vol4.issue3.17 [return]
  16. Anderson, Lorin W., et al. “A taxonomy for learning, teaching, and assessing: A revision of Bloom’s taxonomy of educational objectives, abridged edition.” White Plains, NY: Longman (2001). [return]
  17. ESCOpedia, Skill definition, 102018. [return]
  18. VISKA: Visible Skills for Adults [return]
  19. L. F. Capretz. Brining the Human Factor to Software Engineering. 2014 [return]
  20. https://www.skillsyouneed.com/interpersonal-skills.html, 102018. [return]
  21. R.E. Boyatzis, D. Goleman, K. S. Rhee. Clustering Competence in Emotional Intelligence: Insights from the Emotional Competence Inventory (ECI). 1999 [return]